Welkom bij werkgroep Het Nieuwe Werck!
Werkgroep "Het Nieuwe Werck" is in september 2000 gestart met drie personen en voortgezet door een tweetal Dordtse amateur-historici: Angenetha Balm en Jan Willem Boezeman, die zich ten doel hebben gesteld om de geschiedenis van ongeveer 150 huizen in het historisch havengebied te onderzoeken en voor geïnteresseerden in beeld te brengen.
Het ontstaan van het Nieuwe Werck en de ontwikkeling als stadswijk
Al in 1410 ontstond buiten de stadsmuren een schiereiland. Met grond uit de stadsgracht werd een in de rivier liggende zandplaat opgehoogd, waarmee er een nieuwe haven ontstond. Tot op heden heeft deze op een na oudste haven van Dordrecht nog steeds de naam "Nieuwe Haven".
De Voorstraatshaven werd vanaf die tijd de "Oude Haven". Dit schiereiland werd in vroeger dagen het "Nieuwe Werck" genoemd. Deze naam raakte in onbruik nadat tegen de oostkant in de 17e eeuw wederom een haven werd gegraven die de naam Wolwevershaven kreeg. Vanaf die tijd is het Nieuwe Werck tesamen met de Wolwevershaven geen schiereiland meer, maar een eiland, bereikbaar via de Engelenburgerbrug aan de westzijde, de Damiatebrug aan de oostzijde, de Lange IJzerenbrug en de Roobrug in het midden. Het is het hart van Dordrechts historisch havengebied.
Op de kaart van Jac. van Deventer uit 1544 is een poort te zien als toegang van het Nieuwe Werck tot de stad. In 1555 wordt de naam Blauwpoort gebruikt, vermoedelijk omdat voor de poort blauwe stenen zijn gebruikt. De toren die op de kaart van van Deventer te zien is, stond ter hoogte van de Lange IJzerenbrug. Van de Blauwpoort liep in de richting van het Vlak naar deze toren, die de "Calcktoren" werd genoemd, een verdedigingswerk in de vorm van een palissade.
In 1576 was er sprake van een stratenplan op het tot dan toe nog vrijwel onbebouwd gebied. Kort daarop begon de Stad met de verkoop van kavels grond aan particulieren. Men startte hiermee aan de westzijde, bij de Blauwpoort en ging geleidelijk aan oostwaarts. Al met al heeft het tot ongeveer 1620 geduurd voordat men het Vlak bereikte en vrijwel het hele gebied was verkaveld. De Buiten Walevest ontstond omstreeks 1717 nadat de stadsmuur, die aan de noordzijde van de Binnen Walevest liep, werd afgebroken.
Het Nieuwe Werck omvat het gebied met de straten: de Nieuwe Haven, de Hoge Nieuwstraat, de Binnen- en Buiten Walevest, de Lange IJzeren Brugstraat, de Venloostraat, het Vlak, het Veersteiger en het Blauwpoortsplein. Als stadsuitbreiding uit de nadagen van de 16e eeuw trok het Nieuwe Werck lieden die zich met de scheepvaart bezig hielden zoals schippers, scheepstimmerlieden, zeilmakers. Ook vluchtelingen uit het Franstalig deel van de Zuidelijke Nederlanden vestigden zich in grote getale op het Nieuwe Werck. Deze vluchtelingen waren niet onbemiddeld en hebben in belangrijke mate bijgedragen tot de welvaart van de stad , hetgeen nog goed te zien is aan de vele rijke gevels op het Nieuwe Werck.
Terechtstelling van Jan Wouterszoon van Cuyk en Adriaenken Jansdochter op 23 maart 1573 
Op 23 maart 1572 werd op de "Nieuwe Werck" het doodvonnis ten uitvoer gebracht over de schilder Jan Wouterszoon van Cuyk en Adriaenken Jansdochter van Molenaarsgraaf.
Zij werden wegens ketterij veroordeeld door de schout Jan van Drenckwaert. Van woningen was in dat jaar nog geen sprake.
De verkoop van erven is in het jaar 1576 begonnen aan de noord-westzijde van de Hoge Nieuwstraat. In de rekeningen van de Thesauriers lezen we dat ene Jacob Cornelisz 1,5 dag heeft gewerkt in het afmeten van de Stadserven op de Nieuwe Haven.
Het oudst bekende transport dateert van 24 september 1576 en heeft betrekking op het perceel waarop nu de huizen Hoge Nieuwstraat 85 t/m 93; Lange IJzerenbrugstraat 1-3 en Binnen Walevest 80 t/m 85 staan: "Adriaen Dircxs Cornelis, Frans Wittens en Jan Brouwer Arentsz, schepenen cederen Jacob Pouli zeeckere erffve gelegen op ‘t nieuwerck wesende het ‘t achterste erffven streckend van de Middelstraete wesende de selve straete 2 roeden breet tot de achterste strate van de walleveste toe. Welcke achterste straet breet is anderhalve roede. tusschen Corstiaen Willems aen d’eene zijde en het negende erf bij de voorsegde Jacob Pauli"
Interessant is de in deze akte genoemde "Walleveste" omdat deze vermelding aantoont dat de Walevesten (Binnen- en Buiten) niet naar de uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstigde families, laat staan naar een Waals garnizoen zijn genoemd. De straten ontlenen hun naam aan de "stadswal" die daar in de 16e eeuw lag.
In 1577 werd op de locatie waar nu het appartementencomplex “Oud Grond” staat (Nieuwe Haven 11-14) de scheepswerf van Adriaen Lauwen genoemd. Op 17 augustus van dat jaar legde de 35-jarige Jan Janszoon, "waart in het Moriaenshooft", een getuigeverklaring af waarin hij een opmerkelijk gesprek dat hij in juli 1577 met scheepstimmerman Lauwen had gevoerd letterlijk liet vastleggen:"Arien hoe seijt ’t water dus denoterende ’t waeter in de Nieuwe Haven?" Daerop denselven Adriaen Lauwen seijde: "Het nijet waer ick wilde dat den verwer aen den Noort woonde. Hij verderf al ’t water van de haven en ’t water achter mijn moeder is soe leelijck, dat sij daer nijet uyt coecken mach".
Hieruit lezen we dat milieuvervuiling niet alleen een probleem uit deze tijd is, maar al in de 16e eeuw voorkwam. Het water in de Nieuwe Haven was kennelijk door het lozen van verfafval zo vervuild, dat Adriaen's moeder elders water moet halen om mee te koken !Ook op het perceel waar nu pakhuis Bronswijck staat en het perceel ten oosten daarvan (Nieuwe Haven 7-8) waren scheepswerven gevestigd.
16e eeuwse tekening met twaalf uitgegeven kavels. 
In 1586 begon de Stad met de verkoop van kavels grond aan de zijde van de Nieuwe Haven tussen de Blauwpoort en de Calcktoren, die in hetzelfde jaar afgebroken. In 1590 bouwde men over de haven de " Lange Houten Brug". Deze brug werd in 1855 vervangen door een gietijzeren exemplaar.
In 1595 was er sprake van 42 hoofdbewoners op het Nieuwe Werck waarvan 25 in de Hoge Nieuwstraat en 17 op de Nieuwe Haven. In de periode 1604-1608 werden bewoners en gebruikers van onroerend goed aangeslagen voor het aantal haardsteden in de panden. Uit deze heffing blijkt dat er inmiddels 99 panden op het Nieuwe Werck stonden waarvan 32 op de Nieuwe Haven en 58 in de Hoge Nieuwstraat.
Als er in deze periode huizen aan de (Binnen-)Walevest stonden dan waren dat hoogstwaarschijnlijk achterhuizen van de panden aan de noordzijde van de Hoge Nieuwstraat. Eerst met een tussen 1633 en 1639 opgelegde verponding (belastingheffing) was vast te stellen dat er aan de Walevest 30 "huijskens" of "woonincxkens" stonden die veelal door minder goed bedeelden werden bewoond. Rond 1685 werd er een belastingheffing opgelegd voor het "Lantaarngeld". Bewoners en gebruikers van onroerend goed dienden te betalen voor het feit dat de straatlantaarns dagelijks dienden te worden aangestoken.
Voor 136 panden werd lantaarngeld betaald, waarbij de Walevest werd uitgezonderd omdat daar geen lantaarns stonden. In die periode zullen er inclusief de Walevest een kleine 160 panden hebben gestaan. Samengevat kunnen we stellen dat het Nieuwe Werck vanaf circa 1576 werd ontwikkeld tot woonwijk. In de 20 jaar die daarop volgden werden er tenminste 42 huizen gebouwd. Tussen circa 1595 en 1608 is dit aantal ruimschoots verdubbeld. In de 80 jaar die daarop volgden groeide het aantal panden tot ongeveer 160. In een verponding van 1732 tellen we 156 panden.
Hoewel in het begin van de 18 e eeuw de Buiten Walevest ontstond, nam in die eeuw het aantal huizen enigszins af door diverse samenvoegingen van panden, met name aan de Nieuwe Haven en op het Vlak.
Dit impliceert dat de werkgroep onderzoek doet naar ongeveer 160 panden in haar kerngebied, hiernaast wordt er in opdracht van derden onderzoek gedaan naar de historie van huizen in de gehele Dordtse binnenstad.

Voorbeeld van drie verdwenen huisjes, waarvan het linker een "Dordtse Gevel" was. De pandjes stonden op het Vlak en werden in 1862 gesloopt. Het pand dat hiervoor in de plaats kwam is thans het onderkomen van Sociëteitsgebouw Amicitia, Vlak 1. De eigenaren- en bewonersgeschiedenis van deze drie huisjes is tot de bouwperiode (1616) onderzocht.