Pieter van der Hult
Het huis van een verzamelaar...
cheap cialisbuy cialis 10mg cheap viagra no prescription drugstore online
Angenetha Balm en Jan Willem Boezeman

"Het huis van een verzamelaar" suggreert dat wij u meenemen naar Museum Simon van Gijn aan de Dordtse Nieuwehaven 29. Op steenworp afstand van dit museum stond echter in de 17e eeuw al een particulier huis met een kostbare verzameling schilderijen "aen de liefhebbers van de conste ter besictiging gegeven" We hebben het dan over een collectie van ruim 80 schilderijen met werken van ondermeer Rembrandt, Frans Hals, Pieter Bruegel, Aelbert Cuyp, Lucas van Leyden. Het is het enige bekende voorbeeld van een Dordtse verzamelaar uit de Gouden Eeuw, die uitdrukkelijk wenste dat belangstellenden konden komen genieten van een prachtige collectie schilderkunst.
De eigenarengeschiedenis toont dat er een curieus verband is tussen dit eerste "Dordts museum" en de geschiedenis van het patriciërshuis waarin Museum Mr. Simon van Gijn is gevestigd. Nieuwe Haven 29 werd gebouwd door Johan van Neurenberg, een rijke regent die van 1747 tot 1748 burgemeester van Dordrecht was. Johan liet hiertoe een in 1646 door zijn familie gebouwd huis afbreken. Op de kroonlijst van het nieuw gebouwde huis staat het jaartal 1729. Dit is hetzelfde jaar waarin van Neurenberg schuin achter de "nieuwbouw" een fors pand aan de Hoge Nieuwstraat kocht. Het werd verkocht door de familie van der Hult, eigenaren van de collectie schilderijen. Dit pand was de voorganger van het tegenwoordige huis Hoge Nieuwstraat 83.

Hoge Nieuwstraat 83
Johan van Neurenberg nam het huis aan de Hoge Nieuwstraat in gebruik als "werkhuis". We sluiten niet uit dat hij er gedurende de bouwactiviteiten aan de Nieuwe Haven in heeft gewoond. Aan de noordzijde had het huis een erf dat doorliep tot aan de Binnenwalevest. Hier liet van Neurenberg een koetshuis en stallen liet bouwen, zodat de paarden en de koetsen niet op het terrein van het majesteuze huis aan de Nieuwe Haven hoefden te worden gestald. Nu staan op de locatie de stallen en het koetshuis de woonhuizen Lange IJzerenbrugstraat 4-6 en Binnenwalevest 78.
In 1897 werd het tussen 1595 en 1608 gebouwde huis gesloopt door de Dordtse aannemer Johannes Cornelis Schotel. Het tegenwoordige pand werd door hem gebouwd als kantoor voor de Belastingendienst, dienst Invoerrechten en Accijnzen. In 1943 werd het een schoolgebouw van Internaat Kranenburg, het is nog steeds als zodanig in gebruik door het Instituut voor Huiswerkbegeleiding van de heer G.Kranenburg.
De breedte van het perceel wijst op een samenvoeging van twee smallere percelen. Dit werd bevestigd in de Thesauriersrekeningen uit 1598: "Henrick Gillissoon Stierman in de plaetsche van Cornelis Frans Wittenz heeft t over aen sijne twee erven vier roeden negen voeten ende vier duymen viercant erff de roede CCVII pond facit CXXIX pond te betalen als vooren waervan d een helft mede in voorgaande reeckeninge verantwoort is coompt hierover dander helft ofte paeye verschenen Meij anno XV c XCVIII LXIII pond X sch."
Henrick Gillissoon Stierman was Dordrechts stadsbouwmeester. We kennen hem van de bouw van de Riedijkspoort (1590), de Spuipoort (1609) en de Groothoofdspoort (1617/1618). Nadat hij de percelen in eigendom verkreeg van Cornelis Frans Wittenz. bouwde hij er tussen 1595 en 1608 een huis met maar liefst zeven haardsteden. Stierman kwam tijdens de bouwperiode van de Groothoofdspoort in maart 1618 te overlijden. Zijn erfgenamen verhuurden het huis en verkochten het uiteindelijk op 28 april 1636 aan Tousijn de Latour. (SAD9.770 f118v)
Evenals de familie van Neurenberg waren de Latour´s steenhandelaren. Zij hadden hun werkterrein aan de Nieuwehaven, direct ten westen van de locatie waar de familie van Neurenberg in 1729 hun grote huis bouwde. De tegenwoordige ingang van het museum staat exact op de plek waar Latour zijn steenhandel had. Hoewel we vermoeden met een Waalse familie te maken te hebben, was de herkomst niet te achterhalen. Uit het feit dat Tousijn in 1638 werd aangeslagen voor een heffing op de 200e penning sprak een zekere welstand. Tousijn de Latour heeft het huis niet lang in eigendom gehad. Op 2 juni 1643 werd het verkocht aan Matthijs de Want. (SAD 774 f35)
Matthijs de Want was een maasschipper uit Luik. Waarom hij het huis zo kort in eigendom heeft gehad is niet duidelijk. In 1652 kocht hij het huis Nieuwehaven 25 dat vanwege de ligging aan het water waarschijnlijk meer geschikt voor hem was. (SAD778 f115)
De volgende eigenaar werd Godschalck van der Hult, die het huis op 11 augustus 1644 kocht:
"Matthijs de Want, maesschipper, verkoopt aan Godschalk van der Hult huys ende erve in de Hooge Nieuwstraet tussen 's Heeren Dwarsstraet lopend naer de Veste en de huyse van de erfgenamen van Gillis Stierman. Is geconditioneert dat den cooper volgen sal een witte steene poort soo opt erfve is leggende mitsgaders het ledicant inde camer staende mette andere geschrijnwerckte bedsteden en ander houtwerck daerin sijnde den vercooper toebehoorende. voor den coop van welck voorsegd huijs ende erffe met sijnen toebehooren ende goederen vooren verhaelt den voorsegde cooper belooft heeft te betaelen de somme van twee duijsent vijff hondert car. gulden. Doch heeft den cooper bedongen dat hem ruijminge van't voorsegde huijs sal werden gedaen op ten 1 september toecomende om 't selve te mogen doen repareeren, schoonmaecken naer sijn gelieven. ende welgevallen. Den cooper sal oock moeten betaelen aen huijsvrouwe van de vercooper tot een vereeringe eenen rosennobel" Een rosennobel is een muntstuk. (SAD 84 f 145)
Godschalck van der Hult werd in Zevenbergen geboren als zoon van Joos Godschalksz. van der Hult, schepen van Zevenbergen, en Mechteld Jans Pijll. Zijn moeder stamde uit het oude adelijke geslacht Pijll dat al vanaf de 12e eeuw wordt vermeld. Godschaelck trouwde in Dordrecht op 1 mei 1640 met Maria van Rommerswael, jongedochter uit Utrecht. Uit het huwelijk van zijn ouders werden in Dordrecht zes kinderen geboren waarvan alleen Maria (1642) en Pieter (1651) overleefden. Maria werd al vroeg weduwe. Haar man werd op 12 december 1651 begraven in de Augustijnenkerk.
Op 27 december 1654 hertrouwde Maria met de uit Utrecht afkomstige Jonckheer Daniel van der Houte "geseit du Bois Danielsz." Daniël was militair in de compagnie van "zijn Excellentie stadhouder van Vrieslan, garnisoen houdende tot Geertrudenbergh". Lang heeft dit huwelijk niet geduurd. Op 11 juli 1658 waren de echtelieden van tafel en bed gescheiden. Maria verzocht de kerkenraad om weer "tot de Heilige tafel des Heeren" te worden toegelaten, waar zij vanwege haar op handen zijnde scheiding van uitgesloten was. (SAD 27 inv. 7 f49). Uit een andere notariële akte bleek dat zij ook tijdens haar eerste huwelijk gescheiden heeft geleefd van haar man Godschalck van der Hult. (SAD 20‑47 f 360)
Op 26 juni 1667 maakt Maria van Rommerswael bij notaris Adriaen van Benschop een testament op. Zij legateert haar dochter Maria met een som geld, even hoog als haar zoon Pieter zal erven van zijn ´tante´ Emmerentia Swanenburch-Ambrosius.
"Testament van jouffr Maria van Rommerswael weduwe wijlen Godtschalck van der Hulst zaliger. Eerder testament 30 october 1662 tegenover notaris Govert deWith. Legaat Maria van der Hulst, haeren testatrice dochter, soodanigen somma van penningen als Pieter van der Hulst haere testatrrice soon tijt en wijle van d'aenbestorvene goederen, erffenisse ofte besterffenisse van jouffr Emmerentia Ambrosius weduwe wijlen Swanenburch zaliger, haere testatrice gewesene behoutmoeij sal comen te trecken, ontfangen en genieten. Tot enige universele erffgenamen genomineert te hebben voornoemde hare dochter ende soon ende bij derselver overlijden haere wettige kinderen. Begeert sij testatrice verders, dat hare naer te laten meuble goederen, cleijnodien ende andersints bij haee voornoemde erffgenamen sullen werden gepart ende gedeelt." (SAD 20-202 f86v)
In relatie tot de kunstverzameling, die een paar jaar later ten tonele verschijnt, is de uit dit testament gebleken familierelatie met Emmerentia Ambrosius opmerkelijk. Emmerentia Jan Ambrosiusdr. stamde uit het oude geslacht Van Gerwen waarvan de mannelijke lijn ophield te bestaan. Zij was de dochter van Jan Ambrosius van Gerwen en diens tweede vrouw Maria Rijsberg. Emmerentia trouwde op 7 december 1608 te Dordrecht met Pieter Cornelis Pietersz. Swanenburg uit Utrecht. Het huwelijk bleef kinderloos. Op 6 oktober 1646 maakte Emmerentia tegenover notaris Daniël Eelbo een testament op ten gunste van "Mr. Johan de Wit, haren neve, advocaat voor den hove van Hollant". Neef moet hier niet al te letterlijk worden opgevat, Emmerentia´s grootmoeder was Maria van Beveren, haar zuster Anna van Beveren was de overgrootmoeder van Johan de Witt.
Al met al lijkt de familie van der Hult verwant/geparenteerd te zijn aan de geslachten Pijll, van Gerwen, van Beveren en de Witt. Wellicht is dit een verklaring voor het bezit van de waardevolle collectie schilderijen en boeken die na het overlijden van Maria van Rommerswael in 1674 door notaris Johannes Hellu werd beschreven:
"Inventaris als joffr. Maria van Rommerswael weduwe van Godschalck van der Hulst metter doot ontruijmpt ende naergelaten sijn ende sulcx bevonden sijn op drije kamers van Jan Constant, steenhouwer gedaen ten versoecke van Pieter van der Hulst ende Maria van der Hulst weduwe van Doctor Hendrick Outhovius beijde naergelaten kinderen van Maria van Rommerswael geprocreert bij Godschalck van der Hulst. Seecker huijs ende erve met allen sijnen toebehooren staende ende gelegen op de Hooge Nieustraet op den hoeck van de Walevest hebbende aen de eene sijde de voorsegde Vest ende aen de andere sijde de weduwe ende erffgenaemen van Pieter van Norenburch. Noch seeker stuck lants groot acht hont gelegen onder Uppel in den lande van Altena. Noch een stuck weijlants gelegen onder Dussen Munsterkerck. Rentebrieven - obligatie silverwerck ende andere kleijnodien, mitsgaders het linnen in sekere kaste bevonden - volcht het linnen - in de bottelerije - op de camer noch bevonden (2 oorkussens met fluwijnen, een root sijde rabat, twee roode sijde gardijnen, een grouw taeffelkleet, roode stoelen, root stoffe stoeltie, cabinet) - op de achtercamer een houte kist daerinne eenige papieren, boecken en voorts ijets anders van weijnich importantie - een bedt en hooftpeuluwe - oirkussens - dekens - gardijn - rabat - rabat voor schoorsteen een tinne waterpot - taeffelkens. Volcht de kiste ende schilderijen soo als deselve op beijde de kamers sijn bevonden..." (2 april 1674, SAD 20-338)

De gelagkamer van Abraham Diepraem
(Rijksmuseum Amsterdam)
Maria van Rommerswael woonde kort voor haar overlijden in ´s Gravenhage, waar haar zoon Pieter in 1668 als 17-jarige in de leer was bij kunstschilder Willem Doudijns. Zij stuurde haar verzameling naar Dordrecht vanwege 'dangereuse tyden'. Dat moet in het rampjaar 1672 zijn geweest. Als Dordtse en (vermoedelijk) familielid van de op 20 augustus 1672 vermoorde broers Johan en Cornelis de Witt, zal zij zich beslist niet veilig hebben gevoeld in het Haagse.
De kisten met schilderijen en boeken werden in Dordrecht opgeslagen bij steenhouwer Jan Constant, die naast het huis genaamd "Sint Joost" op de Aardappelmarkt woonde.
Notaris Johannes Hellu beschreef de inhoud van de kisten als volgt:
Een drie koningen van Benjamijn Kuijp levens groote;
Samuel Hoochstraten sijn eijgen contrefeijtsel veel grooter als t 'leven;
Koeijen van Aelbert van Kuijp;
Een bordeel van Quast;
Een ovael lantschap van Knipbergen;
Een stuck stilleven van Faliant;
Een fruijtkrans van van der Merck van Antwerpen;
Een maneschijn van Roesschers
Een lantschapo vanRitchard Farinton
Een lantschap van Knipbergen, ovael;
Stilleven van Verelst;
Een tempel van van Vucht de beelden van Palamedes;
Een lantschap van van Geel;
Een troonie van Goltius;
Een historie stuck van Jordaens daer i.o. in een koe verandert;
Een stuck van Jordaens daer inne de koe bij Argus brengt;
Een stuck van Terbrugh;
Een groen vwijff van van Hasselt;
Visschen van Paludamus;
Toeback suijgers van van Hassel sijnde t'laetste stuck dat hij gemaeckt heeft;
Een barbiers winckel van Teniers van Antwerpen;
Een quacksalver van Wouwerman;
Een Bataelie van Verschuer
Een verloren soon van Andries Bot;
Een Zee van Parcellis;
Een stuckie van Bramer;
Een bloempot van Ballingchier;
Een fruijtschotel van den ouden Bosschaert;
De vijff sinnen van Rijckhals;
Bloempot van Marel;
Een nicodemus van van Vliet;
Een stuck van Geertie tot St. Jan;
Een stuck van Lucas Kraen sijnde een Hercules met naeckte beelden;
Een Kersnacht van Sachtlever;
Krabben ende wijnglasen van Rijckhals;
Een kamer van Kodde met Monsieurs en Joffrouwen;
Een hofken van den Helschen Breugel;
Een lantschap van Hercules Segers;
Een waeffelbackster van Dipram;
Een tronie van Rembrant;
Een amoreusen boer van Dipram;
Boeren van Ostade;
Noch boeren van Ostade;
Droncken boer van Dipram;
Boer ende Boerinne van Hals;
Bloempot van Assteijn;
Een tronie van Michiel Merevelt;
Een tronie van Frans Floris;
Noch een tronie van den selven;
Een stuckie van Herri met de Bles met waterverw Joseph en Maria;
Christus onder de Doctoren van Bramer;
Een hofken van Hans Jordaens;
Een winter van van Goijen;
Een paertie van Wouwerman;
Een luijsevanger van Stoop;
Een stuckie van Dipram;
De hertogin van Brabant van Willem Keij Een stuck van Lap Rock;
De vijff sinnen van van Venne;
Een stuck van Lucas van Leijden en van Alberduer de twee voorste beelden Christus en Maria;
Een kruijsdrager van den hupsen Maerten;
Een stilleven van van Vucht;
Noch een van denselven;
Boeren van Dipram die hij voor sijn Hoocheijt geschildert heeft;
Swemmers van Poelenburch;
Een boomtie met eenich gedierte van Nagel;
Een autaer stuckie sijnde een dootshooft en van achteren een vroutje van van Alberduer
Een stuck van Langepier sijnde het contrefeijtsel van de Borgemeester Joost Buijck;
Een lantschap van Udens
Een keucken van Dipram;
Een kersnacht van Lesier;
Een zee van Vroom;
Een stuck van Pholphert van Lier;
Een ben met bloemen van Bosschaert;
Een wintertie van van der Velden;
Een lantschap van Verhagen;
Een lantschap van Hoboken;
Een Susanna van Frans Floris;
Levensgroote fruijtagie van Paludamus;
Koeijen van Savrij;
Den Brant van Troijen van Bramer;
Judith en Holefarnus van den selven;
Een ecce (?) homo;
Een stuck van d'heer Christus levensgroote daer gesecht wert laet de kinderkens tot mij comen.
Boecken
Eerstelijck een placcaet boeck en ordonnantien in folio der Ed.gr.mog: heeren staten van Hollant ende Westvrieslant;
Noch een dito van haer Ed. ho.mog.
Een dito over de uijtleggingen der psalmen door Doresla;
Een fransen bijbel;
Een huijsboeck door Henricum Bullingerum
Eeboeck van Erasmus;
Een dito van Johannes Sleijdamus;
Een dito van Aelbrecht Duijr;
Een dito reigles militairus du chevalier melzo touchant la cavallerie;
Een veltbou off lantwinninge;
Een Theodora Beze;
Wapenhandelinge van roers musquetten piecken;
Gewijde saecken door Johan van den Sande;
Dictionaire franchois;
Verhael van de nederlantse vredehandeling;
Het leven en sterven van Johan van Barnevelt;
Rechten ende costumen van Antwerpen;
Handvesten van Zuijtholland;
Damhouder civil;
Manieren van procederen door Merula;
Barent van Zutphen nederlantse practijck;
Keijserlijcke statuijten;
Conferentie op de Goddelijcke predestinatie
The..... geometria;
Christelijcke hooftdeuchden ...udelmans;
Instructie van den Hove van Hollant;
Consultatien en advijsen - 1.2.en derde deel
Damhouder in criminele saecken;
Een Engels bijbeltie in octavo;
Treurtooneel der doorluchtige mannen onser eeuwe;
Plivius van de menschen, beesten, vissen en vogelen;
Beverwijck schat der ongesontheijt;
Beverwijcx schat der gesontheijt;
Beverwijcx heelkonst;
Beverwijcx uijtnementheijt der vrouwelijcken geslachts;
Buijtendijcx verborgentheden der vaderlijcke Jesuijten;
Pracktijcke des notarisschaps;
D ..... in court tegen de Papisten practijcke der Godsalicheijt;
Gulden cleijnoot door Emanuel Sonthom;
Raet tegen de doot door Jacobus Borstius;
Wielants practijcke civil;
Noch eenige weijnige boecxkens van geen importantie.
Aldus gedaen ende geinventariseert ten daege,maende, jaere ende ten versoecke als int hooft van desen.
Johannes Hellu, notaris publique.
Het is aan de kunsthistorici om te bezien welke van deze schilderijen bekend zijn voor zover dat althans te achterhalen is. Met bijvoorbeeld de beschrijving "Een tronie van Rembrant" is niet zoveel te beginnen, het kan immers zowel een zelfportret als een portretschilderij van een ander zijn ! Ook "Koeijen van Aelbert van Kuijp" geeft niet zoveel houvast omdat Cuyp meerdere stukken met koeien heeft vervaardigd.

Pieter van der Hulst
Jachttafereel, Statens Museum for KunstKopenhagen
Pieter van der Hult (ook van der Hulst) heeft zijn vader niet bewust gekend, hij stierf immers in Pieter´s geboortejaar. De schilderkunst moet al vroeg een belangrijke rol in het leven van Pieter hebben gespeeld. Hij startte zijn opleiding in 1668 bij Willem Doudijns in Den Haag. Na het overlijden van zijn moeder in 1674 trok hij naar Rome, waar hij tot 1677 bleef. Zijn verblijf in Rome zal beslist geïnitieerd zijn door zijn leermeester Doudijns die tussen 1649 en 1661 in Italië heeft gewerkt.
Tussen 1681 en 1691 werkte hij achtereenvolgens in Den Haag en Dordrecht, waarna hij in Kopenhagen hofschilder werd van koning Christiaan V van Denemarken. Na het overlijden van koning Christiaan in 1699 trok hij naar Dordrecht waar hij tot zijn overlijden in 1727 werkte. Naast portretten schilderde Pieter hoofdzakelijk bos- en jachtstillevens en dieren. Pieter van der Hult trouwde met Elisabeth Catharina Hesse. Uit het huwelijk werd een dochter Louisa Wilhelmina van der Hult geboren die bij het overlijden van haar ouders enig kind bleek te zijn. Elisabeth Catharina Hesse werd het huis aan de Hoge Nieuwstraat begraven op 1 maart 1721 en haar echtgenoot Pieter van der Hult op 4 februari 1727.
Op 24 november 1729 verkocht Louisa Wilhelmina van der Hult het huis voor f 2.000,00 aan Johan van Neurenburg. (SAD 9.815.284) Het dan ongeveer 125 jaar oude huis wordt dan beschreven als: "seer oud en soodanigh ontramponeert, dat het selve zonder merkelijke reparatie en melioratien daar aan 't doen (en waartoe de suppliant niet genegen was) 't zelve langer konde werden bewoont" (SAD 9.109 f 64)
Van de collectie schilderijen die in 1674 zo uitvoerig werd beschreven is in 1729 geen spoor meer te vinden. Louisa´s vader Pieter van der Hult en haar tante Maria van der Hult hebben de collectie hebben geërfd. Met Louisa stierf deze familie uit. Werd de collectie verkocht ? We hebben het niet lkunnen achterhalen...
Als u Museum van Gijn weer eens bezoekt, loop dan ook eens naar de Hoge Nieuwstraat . Bedenk dat daar al in de 17e eeuw sprake was van "Het huis van een verzamelaar" met een enorme kunstcollectie....