Gedecoreerde Dordtenaren
Achternamen beginnend met de letter:
| A - B | C - D | E - G | H - J | K - M | N - R | S - T | U - Z |

De orde wordt verleend als beloning van personen, hetzij Nederlanders, hetzij vreemdelingen, die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt ten aanzien van de samenleving. De Vorst(in) is Grootmeester van de orde en benoemd als zodanig zijn/haar opvolger.
Voor een gedetailleerdere beschrijving van de historie en toekenningscriteria verwijs ik naar de site van de Kanselarij der Nederlandse Orden.
Het versiersel van de orde bestaat uit een vierarmig wit en blauw geëmailleerd kruis, hangend van een kroon. In het midden van het kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd medaillon met daarop de Nederlandse leeuw. Dit medaillon heeft als omschrift: 'JE MAINTIENDRAI' (ik zal handhaven). De keerzijde van het versiersel is op gelijke wijze uitgevoerd, behalve dat op het medaillon een gekroonde 'W' staat en het omschrift vervangen is door 'GOD ZIJ MET ONS' (soms: 'GOD ZY MET ONS'). Tussen de armen van het kruis bevindt zich een lauwerkrans. Voor militairen wordt de lauwerkrans vervangen door twee gekruiste zwaarden.
De versierselen voor de diverse graden kunnen als volgt worden omschreven:
Ridder Grootkruis
Het versiersel der orde in goud met een diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, opgemaakt in de vorm van een sjerp, die wordt gedragen van de rechterschouder naar de linkerheup. Het lint voor mannen is 101 millimeter breed en voor vrouwen 68 millimeter.
De ster bestaat uit een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met een diameter van 48 millimeter, bevestigd op een achtpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter. Op het schild staan afgebeeld de Leeuw en het omschrift. Op de witte rand is aan de onderzijde een laurierkrans aangebracht. Voor militairen bevinden zich achter het schild twee schuin gekruiste zwaarden.
Grootofficier
Het versiersel der orde in goud met een diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals (crevatte) en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en voor vrouwen 37 millimeter.
De ster bestaat uit een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met een diameter van 48 millimeter, bevestigd op een vierpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter. Op het schild staan afgebeeld de Leeuw en het omschrift. Op de witte rand is aan de onderzijde een laurierkrans aangebracht. Voor militairen bevinden zich achter het schild twee schuin gekruiste zwaarden.
Commandeur
Het versiersel der orde in goud met een diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals (crevatte) en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en voor vrouwen 37 millimeter.
Officier
Het versiersel der orde in goud met een diameter van 46 millimeter, hangend aan het lint, voorzien van een rozet in de kleuren van het lint, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik.
Ridder
Het versiersel der orde in zilver met een diameter van 46 millimeter, hangend aan het lint, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik.
Tot 1994 was de baton blanco. Na 1994 wordt er op de baton en op het lint van de miniatuur een zilveren kroontje gedragen.
Lid
Het versiersel der orde in zilver met een diameter van 35 millimeter, hangend aan het lint met een breedte van 27 millimeter, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik.
Deze graad werd pas in 1994 ingesteld en dient ter vervanging van de eremedailles.
Eremedaille
Een ronde medaille met een diameter van 27 millimeter, hangend van een kroon. Op de voorzijde vertoont de medaille het versiersel der orde. Aan de keerzijde is een 'W' binnen een gearceerd rond. Het omschrift luidt: 'GOD ZIJ MET ONS' en aan de onderzijde van het omschrift is een laurierkrans aangebracht.
De eremedaille werd uitgereikt in goud, zilver en brons. Het lint had een breedte van 27 millimeter en werd op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding gedragen. Vrouwen droegen het lint opgemaakt in de vorm van een strik.
De eremedailles werden in 1994 afgeschaft en vervangen door de graad 'Lid'.







